Fijnproeverspakketten
Vereecke
Home Chocolaterie Confiserie Biscuiterie Dranken Gastronomie Business gifts Sinterklaas Pasen Onze filosofie Pers Causerie
NL / FR / EN / DE
De FOD Economie als eigenaar van het collectieve kwaliteitsmerk “Ambao” en de VZW Traditional and Quality Chocolate Association. Een gepast antwoord op Richtlijn 2000/36/EG?   Belgische Chocolade wordt beschouwd als ‘nationaal patrimonium’, gepromoot door een waaier van ronkende merken en naar aloude traditie nog steeds vervaardigd met 100% cacaoboter. Richtlijn 2000/36/EG bracht hierin verandering en zorgde voor een harmonisering van de nationale wetgevingen. Voortaan is ook de Belgische markt toegankelijk voor chocolade waaraan maximum 5% welbepaalde tropische vetten worden toegevoegd. De richtlijn bepaalt dat de toevoeging van andere vetstoffen duidelijk en afzonderlijk, zowel in de nabijheid van de verkoopsbenaming als in de ingrediëntenlijst dient te worden vermeld. Zo heeft de consument een (visueel) duidelijke keuze tussen chocolade vervaardigd met 100% cacaoboter of chocolade waaraan plantaardige vetten zijn toegevoegd. Op de vraag of deze toevoeging nu de kwaliteit van de chocolade aantast en bijgevolg als minderwaardig moet worden beschouwd, zijn de meningen zowel bij de consument als bij de chocolatiers sterk verdeeld. Het is dan ook vreemd dat er zo’n polemiek ontstond rond Richtlijn 2000/36/EG. Toch voelde de Belgische chocoladesector zich geviseerd en zocht naar een wettelijk kader waarin ze haar ‘concurrentieel voordeel’ veilig kon stellen. De nieuwe eenheidsmarkt zorgde voor een protectionistische reflex, ingegeven door een gezond stuk chauvinisme, want ‘Belgian Chocolats’ en de daaraan verbonden kwaliteit diende absoluut te worden beschermd. De grieven en protesten van de chocoladesector vonden weerklank bij de Belgische overheid, die tijdens de dioxinecrisis heel wat kritiek kreeg vanuit de gehavende voedingsindustrie en die sindsdien de voedselveiligheid en de consumentenbelangen hoog op de agenda plaatste. Dit gebundeld protest naar aanleiding van Richtlijn 2000/36/EG vertaalde zich in de creatie van ambao. Dit initiatief kreeg de steun van een aantal NGO’s die van ambao een soort label wilden maken binnen de ‘rechtvaardige handel’. Het was ongetwijfeld een gewaagd initiatief, een profilering met een herkenbaar logo die het wettelijk kader wenste te overstijgen. De ganse opzet van ambao was duidelijk en origineel: een gedeponeerd keurmerk met de overheid als titularis, waarvan het beheer is toevertrouwd aan een vzw, en met als motor een sterke partnership tussen overheid en privé. Maar de belangen van de verschillende operatoren lagen sterk uiteen en zorgden op termijn voor interne verdeeldheid. Het werd stilaan duidelijk dat het overgrote deel van de chocolatiers eigenlijk niet geïnteresseerd was in ambao, en bovendien de toetreding- en gebruiksvoorwaarden beschouwden als een zoveelste ‘overheidscontrole’. Het beheer van dit keurmerk in handen van een ‘overheids’ vzw, zonder private inbreng en verantwoordelijkheid van alle operatoren, blijkt onvoldoende te hebben gewerkt. De beheerders van de vzw TQCA hadden ongetwijfeld te weinig professionele voeling met de sector en aanvaardden deze opdracht als ‘bijberoep’. Waarschijnlijk waren ze voor deze opdracht en missie teveel ‘ambtenaar’ en te weinig ‘handelaar’. Ambao is tenslotte een keurmerk dat moet worden ‘verkocht’ en gepromoot en we moeten ons de vraag stellen of dit wel een taak was voor de overheid. Teveel procedures en formaliteiten, een desinteresse bij de sector en langdurig immobilisme waren gedoemd om te falen. Inmiddels zijn een aantal jaren verstreken sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2000/36/EG en kunnen de gevolgen voor de markt in kaart worden gebracht. Het rapport van het onderzoeksbureau LMC International stelt vast dat de impact op de productie en consumptie van chocolade en cacao zeer bescheiden is gebleven. De Europese consument geeft nog steeds de voorkeur aan chocolade met 100% cacaoboter en in ons land is de import van cacao door een gewijzigd consumentengedrag zelfs toegenomen. Ook voor de cacaoproducerende landen is er weinig verandering en naar alle verwachtingen zal de toegenomen vraag vanuit Azië de cacaoprijs in de komende jaren doen stijgen. De bezorgdheid van heel wat actoren bleek duidelijk ongegrond. Chocolade met 100% cacaoboter geniet ondanks Richtlijn 2000/36/EG nog steeds de voorkeur. Ambao als snel en krachtdadig antwoord van de FOD Economie bleek eigenlijk overbodig en ongegrond. Anderzijds heeft dit initiatief, dat kon rekenen op veel persbelangstelling, de internationale spelers duidelijk gemaakt dat Belgische kwaliteit en vakmanschap geen ijdele begrippen zijn. Misschien hebben de polemieken en de persberichten er in dit dossier juist voor gezorgd dat de Europese consument zich realiseert dat er twee ‘soorten’ chocolade bestaan. Ambao was ongetwijfeld een nobele ambassadeur voor ons land, een belangrijk publicitair medium en een interessante denktank over samenwerkingsvormen tussen overheid en privé-sector op het vlak van de voedingsindustrie. Deze scriptie behandelt uitvoerig de totstandkoming van deze publiekprivate samenwerking. We maken een analyse van het beheerscontract en proberen te achterhalen wat verkeerd ging. Kreeg de Belgische Staat hier een rol toebedeeld die haar eigenlijk niet toekwam? Is het haar taak om een collectief merk te deponeren, wat trouwens uniek is in de Belgische geschiedenis, en moet zij het voortouw nemen, om bedrijven te sensibiliseren? We kunnen ons de vraag stellen of overheidsinterventie en regulering hier opportuun zijn? Wat is er bovendien verkeerd aan Richtlijn 2000/36/EG, die in nogal wat Europese landen zorgde voor een sterke protectionistische reflex? De hoofdrolspelers in dit dossier wijzen elkaar met de vinger en hullen zich verder in stilzwijgen. Een analyse. (volledige versie op aanvraag) Filip De Meulenaere. Master Bestuurskunde